Een taille van 15 centimeter, cup DD en benen tot aan de hemel

Welkom in 2026. Barbie is weer helemaal terug van nooit weggeweest.

Ik zat laatst met Marly een verlanglijstje te maken. Een bezigheid waarbij je als ouder vooral heel veel ‘ja, die is ook leuk’ zegt, terwijl je ondertussen probeert te onthouden welke van de 37 poppen nu écht favoriet is.

We belandden tussen de Barbies.

En terwijl Marly volledig opging in de outfits, accessoires en bijbehorende droomhuizen, bleef ik hangen bij iets anders.

Hadden we inmiddels niet ook Barbies met bredere heupen, een buikje en wat realistischere verhoudingen?

Die bestaan gelukkig wel. Maar wat ik vooral tegenkwam, waren toch weer heel veel zandloperfiguren. Smalle tailles, lange benen en proporties waar de gemiddelde menselijke anatomie weinig mee kan beginnen.

En ik moest denken aan hoe we voortdurend bezig zijn met wat als normaal, wenselijk of ideaal wordt gezien.

Ook als het om werken gaat.

Opgevoed met de handen uit de mouwen

Ik ben inmiddels 40. Opgegroeid in een tijd waarin hard werken vanzelfsprekend was. Niet zeuren, gewoon doorgaan. Je afspraken nakomen, verantwoordelijkheid nemen en vooral zorgen dat je je zaakjes op orde hebt.

Daar is op zichzelf weinig mis mee. Sterker nog, ik heb er veel aan gehad.

Maar sommige overtuigingen zitten zo diep ingebakken dat je ze nauwelijks nog opmerkt.

Dat je pas echt productief bent als je agenda vol staat. Dat hard werken automatisch betekent dat je goed bezig bent. Dat je beschikbaar bent wanneer iemand je nodig heeft, ook als je eigenlijk andere plannen had.

En dat rust iets is wat je eerst moet verdienen.

Ondertussen zijn we anders gaan kijken naar werk en de plek die het inneemt in ons leven.

We willen betekenisvol werk, voldoende inkomen, tijd voor ons gezin, ruimte voor onszelf en het liefst ook nog een beetje energie overhouden om daadwerkelijk van dat leven te genieten.

Een vrij bescheiden wensenlijst, zou je denken.

Toen bleek dat het ook anders kon

En toen kwam corona.

Van de ene op de andere dag verdwenen vaste patronen waar we jarenlang nauwelijks vraagtekens bij hadden gezet.

Vergaderingen vonden plaats aan de keukentafel. Collega’s zagen elkaars kinderen door het beeld lopen. De reistijd naar kantoor werd ingeruild voor een wandeling tussen twee afspraken door.

En ineens bleek dat een groot deel van ons werk prima uitgevoerd kon worden zonder iedere dag op dezelfde plek aanwezig te zijn.

Natuurlijk was dat niet voor iedereen een feest.

Niet ieder beroep leent zich voor thuiswerken. Sommige mensen misten het contact met collega’s enorm. En wie ooit met een kind aan de keukentafel een belangrijke Teams-call heeft geprobeerd te voeren, weet dat thuiswerken ook zo zijn beperkingen kent.

Maar we ontdekten wel iets belangrijks.

Er was meer mogelijk dan we jarenlang hadden aangenomen.

En misschien nog wel belangrijker: mensen bleken heel verschillend te functioneren.

De één werd productiever zonder de voortdurende onderbrekingen van een kantooromgeving. De ander miste juist de dynamiek, de gesprekken tussendoor en het gevoel ergens onderdeel van te zijn.

Allebei begrijpelijk.

En nu draaien we de klok langzaam weer terug

Inmiddels hoor ik steeds vaker dat organisaties opnieuw meer aanwezigheid op kantoor verwachten.

En ergens begrijp ik dat.

Samenwerken vraagt soms om nabijheid. Goede ideeën ontstaan ook bij het koffieapparaat. En sommige gesprekken verlopen nu eenmaal beter wanneer je tegenover elkaar zit in plaats van naar een scherm kijkt.

Maar ik vraag me wel af hoe snel we vergeten wat we de afgelopen jaren hebben geleerd.

Want zodra aanwezigheid weer de belangrijkste maatstaf wordt, dreigen we opnieuw één manier van werken tot norm te verheffen.

Alsof iedereen op dezelfde plek, in hetzelfde ritme en onder dezelfde omstandigheden het beste functioneert.

Terwijl we inmiddels beter weten.

Flexibiliteit is waardevol. Structuur ook. En verbinding al helemaal.

De kunst zit volgens mij in het vinden van een manier waarop die dingen elkaar versterken.

Niet in het aanwijzen van één ideaal waar iedereen zich vervolgens naar moet voegen.

Ondertussen verwachten we ook privé nogal wat van onszelf

Want het houdt natuurlijk niet op bij werk.

We willen een succesvolle carrière. Een betrokken ouder zijn. Een leuke partner. Onze vriendschappen onderhouden. Gezond eten, voldoende bewegen en af en toe iets doen wat uitsluitend voor onszelf is.

En als het even kan, doen we dat allemaal met een glimlach.

Ergens tussen het beantwoorden van de laatste mail en het ophalen van je kind van school moet er ook nog ruimte zijn voor persoonlijke ontwikkeling, een sociaal leven en minstens drie keer per week sporten.

O ja, en vergeet vooral niet voldoende rust te nemen.

We hebben geleerd om keihard te werken en proberen nu óók te leren om niet voortdurend aan te staan.

We willen onze grenzen bewaken, maar voelen tegelijkertijd de verantwoordelijkheid om overal aan te voldoen.

We willen ruimte voor onszelf, maar vinden het lastig om die ruimte daadwerkelijk op te eisen.

En hoe vaak we ook praten over een gezonde werk-privébalans, in de praktijk blijft werk opvallend vaak het vaste middelpunt waar de rest zich omheen moet organiseren.

Misschien zit daar wel een belangrijk deel van het probleem.

Wie heeft eigenlijk bepaald hoe het hoort?

Waarom blijven we zo hardnekkig zoeken naar dé ideale manier om ons leven in te richten?

De perfecte werkweek. De perfecte balans. De perfecte ondernemer. De perfecte ouder.

Alsof er ergens een handleiding bestaat die we alleen nog even moeten vinden.

In mijn werk zie ik juist hoeveel verschil het maakt wanneer je naar de persoon en de onderneming achter al die verwachtingen kijkt.

Wat heeft iemand daadwerkelijk nodig? Waar gaat onnodig veel tijd naartoe? Welke werkzaamheden kunnen slimmer worden georganiseerd? En welke verantwoordelijkheden hoeven helemaal niet op dezelfde schouders te blijven rusten?

Soms ontstaat er ruimte door werkzaamheden uit handen te geven. Soms door betere afspraken te maken, processen anders in te richten of simpelweg te stoppen met dingen die allang niet meer werken.

En soms betekent dat ook accepteren dat de manier waarop iemand anders succesvol onderneemt, voor jou helemaal niet hoeft te werken.

De één heeft behoefte aan vrijheid. De ander functioneert beter met duidelijke kaders.

De één krijgt energie van een volle agenda. De ander heeft ruimte nodig om goede ideeën te ontwikkelen.

En de meesten van ons zoeken ergens daartussen naar een manier die past bij het leven dat we willen leiden.

Misschien moeten we wat minder proberen om iedereen in hetzelfde plaatje te laten passen.

En wat vaker erkennen dat een succesvol leven er voor iedereen anders uitziet.

Barbie heeft inmiddels ook een laptop

Want eigenlijk hebben we Barbie nooit echt losgelaten.

We hebben haar alleen een laptop gegeven.

En nu verwachten we dat ze naast die taille van 15 centimeter ook nog een succesvolle carrière heeft, haar kinderen op tijd van school haalt, drie keer per week sport, haar inbox onder controle houdt en vooral een beetje lief is voor zichzelf.

Het droomhuis is inmiddels voorzien van een thuiskantoor. De roze cabrio is ingeruild voor een elektrische leaseauto en Ken mag hopen dat hij nog ergens tussen de afspraken in haar agenda past.

Succes, Barbie.

Ik hoop dat je agenda het toelaat.

Geef een reactie